Kostbare juwelen

 

‘Wie zijn onze kostbare juwelen? Onze kinderen en zij die hen trouw en vol geloof begeleiden’.

Deze tekst hangt bij de ingang van Aleh, een opvanghuis in Israël. Hier wonen kinderen met de meest ernstige en complexe beperkingen. Vorig jaar was ik op studiereis in Israël en wij brachten een bezoek aan Aleh. De respectvolle en liefdevolle manier waarop kinderen hier worden behandeld, maakte een enorm diepe indruk op mij. Tijdens de hele reis en de vele gesprekken die we voerden met allerlei mensen, kwam steeds die liefde en zorgzaamheid voor kinderen naar voren. Niet vanuit een sentimentele houding, maar vanuit de nuchtere visie dat een gezonde samenleving pas ontstaat wanneer kinderen veilig en goed kunnen opgroeien. Daarvoor zijn respect, goed onderwijs, liefde en een goede opvoeding noodzakelijk. Het komt voort uit een diepe overtuiging dat we als samenleving voor elkaar hebben te zorgen en kinderen van jongs af aan moeten leren hoe dat werkt. Door hen te helpen in de samenleving hun eigen plek te vinden kunnen zij later zelf weer tot zegen zijn voor anderen.

Na deze reis was er in het nieuws dat er speciale vakantieparken zijn waar geen kinderen mogen komen, zodat je ‘tenminste van je rust kunt genieten’. Het geluid van spelende kinderen is voor sommigen een bron van ergernis geworden. Niet alleen op vakantie, maar ook thuis in de buurt. Kinderen worden beschouwd als druk en vervelend, als een last waar je liever van af bent. Het contrast met ‘kostbare juwelen’ kon bijna niet groter zijn. Hoe je hierin staat heeft consequenties. Je gaat tenslotte anders om met iets dat je als een vervelende last ervaart dan met iets dat je als waardevol ziet. De vraag is op welke manier dit doorsijpelt in hoe wij met kinderen omgaan in ons land. Wat doet dat met hen? En wat is het effect op de langere termijn in  onze samenleving?

 

De oogsttijd

In de polder merk je dat de oogsttijd is aangebroken. De boeren zijn druk in de weer om hun groenten, fruit en graan van het land te halen. Dit is het moment waarvoor ze het hele jaar gewerkt hebben. Bij het ploegen van het land wisten ze al op welke akker ze welk gewas zouden telen. Ze maakten de akkers daarvoor gereed en zaaiden het juiste zaad op de juiste akker op het juiste moment. Vervolgens hebben ze een jaar lang voor het gewas gezorgd. Onkruid weggehouden, het gewas beschermd tegen dieren en hagel, gezorgd voor water en voeding en eventueel gesnoeid en geknipt voor meer vrucht. Voor de opbrengst van het land maakt het veel uit met welke zorg de boer zijn gewas heeft omringd.

Zo is het ook met kinderen. We ontvangen hen uit Gods hand als zaadjes die nog verder moeten ontkiemen en volgroeien. Allerlei kenmerken en eigenschappen hebben ze al in zich. Maar hoe die zich ontwikkelen en hoeveel vrucht zij gaan dragen, hangt heel erg af van de zorg, de voeding en de bescherming die wij hen geven. Het is onze verantwoordelijkheid om het beste in hen boven te halen, om hen te snoeien, te voeden en op te voeden. De focus van de boer ligt niet op  het zaadje dat hij in zijn hand heeft, maar op de plant die het zal gaan worden en op de vrucht die het zal gaan geven. Omdat de focus daarop ligt, op de vreugde van de oogst, wordt de last een lust. Als wij in kinderen gaan zien wie ze kunnen worden en wat zij kunnen betekenen, hoe kostbaar ze zijn voor de toekomst wat een verschil zal dat geven in onze gezinnen, onze kerken en in onze samenleving! Dan let je niet op waar een kind in tekort schiet, maar op wat hij wél kan. Dan let je niet op wat een kind niet kan, maar wat hij wel zou kunnen leren. Een kind wat boos wordt als hij iets onrechtvaardig vindt, kan misstanden in de samenleving aan de kaak stellen. Een kind met spelinzicht wordt misschien een goede teamleider. Maar dat gaat niet vanzelf. Het is onze verantwoordelijkheid om er alles aan te doen dat zij zich zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen. Door eerlijk en realistisch te zijn in wat we van hen verwachten en ze de tijd te geven dat onder de knie te krijgen. En door van hen te houden en hen allemaal een eigen plekje te gunnen. Omdat we weten dat in Gods Koninkrijk iedereen zijn plekje heeft. De één is niet beter of belangrijker dan de ander, we hebben iedereen nodig. Niemand is bij God een ‘foutje’, ieder mens is een even kostbaar juweel.

 

Wat wil je oogsten?

Opvoeding heeft altijd twee belangrijke doelen gehad: kinderen ‘vaardig’ maken en kinderen leren ‘goed’ te leven. Het eerste heeft te maken met kennis en kunde: leren lezen, schrijven, rekenen, het huis onderhouden, omgaan met financiën, gezond blijven, etc. Het tweede is veel meer een zaak van karaktervorming. Kinderen opvoeden tot eerlijke, betrouwbare mensen die niet hun eigenbelang nastreven, maar die rechtvaardig zijn en in harmonie met anderen samenleven – die doen wat goed is. Wat hebben we er immers aan als we ze leren goed te rekenen, maar als ze die kennis vervolgens gebruiken om fraude en diefstal te plegen?

Dat wij goed doen en rechtvaardig zijn, is belangrijk voor God. In de Bijbel geeft Hij ons regelmatig de opdracht om eerlijk en betrouwbaar te zijn, om juist te oordelen, om mensen recht te doen, om goed te zijn voor de zwakken en de vreemdelingen, om te zorgen dat niemand tekort komt en dat iedereen een goed bestaan heeft (o.a. Jesaja 1:16-17, Micha 6:8) Het is belangrijk om kinderen het verschil te leren tussen waarheid en leugen, tussen vrede en oorlog en tussen recht en onrecht. Hen te leren onderscheiden wanneer te gehoorzamen en wanneer ergens voor op te staan, wanneer geduldig te zijn en wanneer te strijden.

Dat vraagt een goed voorbeeld in onze eigen levens. Waar maak jij je druk over? Wat raakt jouw hart? Wat houdt jou bezig? Hoe reageer je op de omstandigheden en situaties om je heen? Het vraagt veel van onze tijd en ons geduld om het hen te leren, om in hen te investeren. Allerlei zaken vragen je aandacht, onze agenda’s zijn overvol. Wat geef je prioriteit? Maak jij je druk om al die kostbare juwelen in je omgeving? Hoe belangrijk vind je de vorming van (je) kinderen? Soms vraagt het lef en moed om andere dingen uit te stellen of af te zeggen en een paar jaar tijd te nemen voor dat wat zo kostbaar is en zo dicht onder je neus ligt. Wat jouw bescherming, zorg en aandacht nodig heeft om gezond op te groeien en zich goed te ontwikkelen.

 

Oefenplaats

Het gezin en de bijhorende familie zijn in feite een samenleving in het klein. Dit is waar kinderen in veiligheid en geborgenheid alles leren wat ze straks nodig hebben. Ze bestaan niet op basis van verliefde gevoelens en romantiek. Dat kan een rol spelen bij het ontstaan van een gezin, maar het vormt geen fundament. Ook voor ons zijn gezinnen en families de oefenplaats, waar we leren lief te hebben, het belang van anderen te zoeken, te vergeven, te verdragen, rekening te houden met anderen, op ons beurt te wachten en al die andere belangrijke levenslessen. Niet alleen geven we kinderen daarmee een goed voorbeeld, maar we bieden hen ook een veilige plek waar zij de ruimte hebben om zich te ontwikkelen. Zoals een jong plantje in een kweekkasje opgroeit totdat hij sterk genoeg is voor de buitengrond. Zo hebben kinderen een veilige plek nodig waar ze kunnen opgroeien tot ze sterk genoeg geworden zijn om in de samenleving hun plek in te nemen. Laten we hen die plek geven, ze zijn het meer dan waard!

 

Dit artikel is in september 2017 gepubliceerd in het magazine Uitdaging